Duikvaartuigen

Duikvaartuigen

Duikcentrum Moby Dick heeft twee duikboten waarmee wij mooie duiken maken op de Grevelingen, Oosterschelde en Noordzee.

 

Tornado 8,5 meter

  •  2x 115 PK 4 takt Yamaha motoren
  •  Marifoon
  •  O2 Koffer
  •  Garmin Plotters
  •  Capaciteit 14 duikers

 

A.Vierlingh 22,60 meter

  •  2x 140 PK Detroit Diesel motoren
  •  Marifoon
  •  O2 koffer
  •  Rader
  •  Garmin Plotters
  •  Bauwer 300 bar vulinstalatie
  •  Cap. 20 duikers

 

Ons duikvaartuig “De Tornado” gebruiken wij veelal voor de bootduiken binnen de Nederlandse wateren, zoals de Oosterschelde, Grevelingen en de Noordzee. De duiken welke wij maken met de Tornado zijn veelal gekoppeld aan één van de duikopleidingen en hiernaast ook de film- en TV-assistenties welke wij verzorgen. Bij de duikopleidingen valt te denken aan:

•  de PADI duikcursus Advanced duiker;

•  de PADI specialty bootduiken;

•  de PADI specialty wrakduiken;

•  de PADI specialty diepduiken;

 

De Andries Vierlingh is eigenlijk onze grootste trots en mag een echt duikschip genoemd worden. De Andries Vierlingh is door Duikcentrum Moby Dick Rotterdam ter beschikking gesteld aan Duikvereniging Moby Divers Rotterdam.

 

Het verhaal achter de naam van onze boot, ingezonden door Marcel Baks.

Andries Vierlingh, de vader aller dijkenbouwers.

 

"De meeste dijkgraven zijn eigenwijze botterikken, slaven van sleur en gewoonte, gemakzuchtige ijdeltuiten en eigenbaatzoekers wier jaarwedden boven alles gaan." Veel van deze lieden hebben van hun levensdagen geen eb of vloed gezien. Ze hebben van het dijkwezen evenveel verstand als van een zeug met lepelen te eten." Wie hier aan het woord is? Geen provocerende actievoerder, maar hooggeachte zestiende eeuwse notabel. Deze zinnen vloeiden uit de pen van de West-Brabander Andries Vierlingh, een man die door zijn geschreven werk bekend is geworden als de vader van onze dijkenbouwkunde.

 

Fel ageerde hij tegen de wantoestanden bij het dijkbeheer van zijn tijd. Vervolgens schreef hij op zijn oude dag een meesterwerk waarin stond hoe het wel moest. Tijd voor een bescheiden digitaal standbeeld. Wie was Vierlingh? Eigenlijk weten we weinig van hem. Zijn naam kennen we bij toeval. Omdat hij op een stuk door hem geschreven tekst de aantekening achterliet: "advijs van den rentmeester van Steenberghen, Andries Vierlingh." Vierlingh is bekend worden door zijn boek Tractaet van Dijckagie. Dat is in later eeuwen zo ongeveer de bijbel van de Nederlandse waterstaters geworden. Andries Vierlingh moet rond 1507 geboren zijn, vermoedelijk in Steenbergen in West-Brabant. Vierlingh was achtentwintig jaar lang rentmeester en dijkgraaf van de achtereenvolgende prinsen van Oranje. Ook was hij in 1536 en 1537 stadsbestuurder, schepen, van Breda.

 

In 1530 hielp hij bij het dichten van gaten in de havendijk van Middelburg. In datzelfde jaar trok hij rond in het verdrinkende Land van Reimerswaal. Hij was actief bij de bedijking van Klundert en bij verschillende andere inpolderingen en zeewerende werken. Ook vanuit Zuid-Holland en West-Friesland deed men een beroep op de kwaliteiten van Vierlingh. Op zijn oude dag zette hij zich aan het schrijven om zo zijn technische kennis aan latere generaties over te dragen. Het werd een handschrift van 6 centimeter dik, 33 centimeter lang en 22 centimeter breed, 276 met de hand beschreven bladen. Vierlingh spaarde de dijkenbouwers van zijn tijd niet. Genadeloos legde hij een systeem bloot waarbij lieden die ongeschoold waren in de waterstaatkunde, als gunsteling van hoge heren in het ambt van dijkgraaf terechtkwamen: de zeugen die niet wisten van met lepelen te eten. Volgens Vierlingh zaten die heren liever in "muijlen en nachttabbaerten en in welgebonte rokken", dan dat ze in "vetlaarzen gestoken op den bedreigden dijk verschijnen."

 

Hij beschrijft ook hoe aannemers van bedijkingen er een potje van maken, terwijl de dijkwerkers ervandoor gaan als ze tijdens de zomermaanden bij de boeren meer kunnen verdienen met het binnenhalen van de oogst. Hij verhaalt hoe aannemers dode paarden en karren begraven in het dijklichaam, een praktijk die de dijken niet sterker maakt. Vierlingh: "Knoop een paar van die belhamels op, de anderen zullen zo gedwee zijn als lammeren en hun aangenomen taak afmaken." Vierlingh heeft zijn werk niet af kunnen ronden. De dood achterhaalde hem. Hij overleed rond 1579.

 Bron: Tractaet van Dijckagie, Andries Vierlingh. Uitgave Martinus Nijhoff, Den Haag, 1920. Beperkte heruitgave door de Nederlandse Vereniging van Kust- en Oeverwerken in 1973.

 

Door het gebruiken van onze website, ga je akkoord met het gebruik van cookies om onze website te verbeteren. Dit bericht verbergen Meer over cookies »