Ademautomaten

 

Een ademautomaat is een instrument dat ervoor zorgt dat een duiker het ademgas (lucht, nitrox of trimix) uit de duikfles kan ademen. Deze lucht zit onder hoge druk (200-300 bar) in de fles en kan op deze druk niet geademd worden. De druk in de duikfles dient dus teruggebracht te worden naar een voor mensen adembare druk en dit is wat de automaat doet.  Er zijn veel verschillende merken en soorten ademautomaten met elk hun eigen specificaties en gebruiksmogelijkheden, dus laat je bij de aanschaf altijd goed informeren over alle eigenschappen en mogelijkheden van een ademautomaat. Kijk hierbij naar zaken als watertemperatuur, frequentie van duiken en soort duiken, die mede bepalen welke ademautomaat het meest geschikt voor jou is.

De ademautomaat bestaat uit twee trappen.  De 'eerste trap' bevestigt men op de kraan van de fles en zorgt ervoor dat de hoge druk gereduceerd wordt tot een zogenaamde middendruk. Deze middendruk ligt tussen de 8 en 11 bar boven de omgevingsdruk afhankelijk van merk en type. De 'tweede trap' hebben duikers altijd in hun mond en deze zorgt ervoor dat zij de lucht binnenkrijgen op de omgevingsdruk.

De omgevingsdruk waaraan een duiker is blootgesteld is afhankelijk van de diepte. De druk van de ingeademde lucht moet gelijk aan de omgevingsdruk zijn, anders functioneert het ademhalingsstelsel niet. Op 20 meter is de omgevingsdruk bijvoorbeeld 3 bar, de ademautomaat moet dan ook een druk leveren van 3 bar.

Beide trappen worden verbonden met een slang. Dit geheel is de ademautomaat.
De samenwerking tussen de 1e trap en de 2e trap is bepalend voor de prestaties van de ademautomaat. Meestal worden de 1e en 2e trap in combinatie aangeschaft. Denk er bij de aanschaf echter ook aan dat ook de octopus optimaal moet aansluiten.

Eerste trap

Er zijn twee soorten eerste trap, piston en membraan. Daarnaast zijn er ook gebalanceerde en ongebalanceerde eerste trappen. Ook zijn er twee aansluitingen, DIN en INT. Ook moet naar het aantal lagedruk en hogedruk poorten gekeken worden.

Piston gestuurde eerste trap

Piston gestuurde eerste trappen zijn qua ontwerp het eenvoudigst. Er zijn weinig bewegende onderdelen en daardoor zijn de piston gestuurde eerste trappen erg efficiënt en presteren ze erg goed door de hoge flow rate. Daardoor zijn ze zowel te vinden in het hogere segment (extreem goed presterend door efficiëntie en de hoge flow rate) als in het lagere segment (minder onderdelen maakt het goedkoper voor de fabrikant om ze te maken). Vroeger waren deze eerste trappen niet geschikt voor koud water doordat de componenten binnenin direct in contact staan met het water. Hierdoor ontstond ijsvorming en wanneer er in vies water gedoken werd kon dit vuil zo de eerste trap in komen wat voor storingen zorgde. Door de voortdurende techniek op gebied van materialen, zijn er nu modellen in het hogere segment beschikbaar welke wel geschikt zijn voor koudere wateren. Hierdoor worden de piston eerste trappen steeds populairder in kouder water. De Scubapro MK 25 is een voorbeeld van een piston gestuurde eerste trap.

De Scubapro MK 25 (INT) 

Membraam gestuurde eerste trap

Membraam gestuurde eerste trappen bestaan uit meer onderdelen en zijn daardoor wat complexer qua ontwerp dan de piston gestuurde eerste trap. Door deze complexiteit leverden de membraam eerste trappen in het verleden mindere prestaties dan de pistongestuurde variant. Door ontwikkelingen in materialen en ontwerpen is de prestatie en daarmee de populariteit sterk verbeterd. Bijna alle midden- en hoog segment eerste trappen zijn hierdoor membraam gestuurd. Doordat de binnenzijde van de eerste trap niet direct in contact staat met het buitenwater zijn de membraam eerste trappen minder gevoelig voor koud en vies water. De Scubapro MK 17 is een voorbeeld van een membraam gestuurde eerste trap.

De Scubapro MK 17 (DIN) 

Gebalanceerde of ongebalanceerde eerste trap

Zowel piston als membraam eerste trappen kunnen verder verdeeld worden in gebalanceerde en niet-gebalanceerde eerste trappen. Wanneer de cilinderdruk afneemt en/of de diepte toeneemt zal dit merkbaar zijn in de ademweerstand van de niet-gebalanceerde eerste trap. De prestaties zullen afnemen en het ademen zal wat meer moeite kosten. Door de moderne technieken is dit effect in de loop van de jaren echter wel wat afgenomen. Desalniettemin bieden gebalanceerde eerste trappen de meest constante prestatie ongeacht de diepte of cilinderdruk. 

Naast gebalanceerde en niet-gebalanceerde eerste trappen is er nog een derde systeem genaamd overgebalanceerde eerste trappen. Ook dit systeem zorgt ervoor dat de prestaties constant blijven ongeacht diepte of cilinderdruk maar verhoogt de prestaties nog meer wanneer er naar een grotere diepte gedoken wordt. Het grote nadeel is echter dat deze eerste trap een grotere kans heeft om te gaan afblazen doordat de complete set wat gevoeliger is.

Aantal lagedruk en hogedruk poorten op de eerste trap

Een eerste trap beschikt over zowel lagedruk als hogedruk poorten. De lage drukpoorten worden gebruikt voor de tweede trap, octopus en de inflatorslang. De hogedruk poorten worden gebruikt voor de console met daarin de manometer of een zender welke verbonden is met de duikcomputer. 

Het type duiken wat men wil gaan maken is belangrijk voor de keuze van het aantal poorten. Voor duiken in warmere wateren zijn 3 lagedruk poorten voldoende omdat men slechts gebruik maakt van een tweede trap, octopus en één inflatorslang. Wanneer men echter in koudere wateren wil gaan duiken dan zal er misschien op termijn gekozen worden voor een droogpak. Deze vereist een extra inflatorslang waardoor er een extra lagedruk poort nodig is. Daarnaast kan de keuze van de duikcomputer het aantal poorten beïnvloeden.  Wanneer er gekozen wordt voor een duikcomputer met een zender dan moet deze aangesloten worden op de hoge drukpoort. Veelal wordt er voor gekozen om ook de manometer aan de set te houden ter controle. Een totaal van twee hogedruk poorten is dan wel vereist.

De DS4 eerste trap van Apeks heeft bijvoorbeeld maar één hogedruk aansluiting, terwijl de Apeks DST twee hogedruk aansluitingen heeft.

De Apeks DS4 (links) en de Apeks DST (rechts)  

DIN of INT aansluiting

Er zijn twee soorten aansluitingen om een automatenset aan de cilinder te koppelen, DIN en INT. DIN is een nieuwere aansluiting welke tegenwoordig vaak 300 bar aan kan, de INT aansluiting kan slechts 232 bar aan. Door een aantal voordelen is de DIN aansluiting in populariteit aan het stijgen. Het is dan ook allang niet meer zo dat DIN slechts in Europa gebruikt wordt en INT in de rest van de wereld. Dit komt door het feit dat cilinders vandaag de dag vaak een kraan hebben welke gemakkelijk aangepast kan worden voor gebruik met beide systemen.

De DIN aansluiting biedt een veiligere koppeling tussen de kraan en de eerste trap. De o-ring zit bij het DIN systeem in de eerste trap en wordt met behulp van een schroefdraad in de kraan gedraaid, daardoor wordt de o-ring opgesloten tussen de kraan en de eerste trap. Het omzetten van een INT automatenset naar een DIN automatenset vereist iemand met verstand van techniek. Om een DIN naar een INT om te zetten heb je slechts een kleine beugel nodig welke gemakkelijk mee op reis kan. 

De Scubapro MK25 S600 is bijvoorbeeld verkrijgbaar in zowel DIN als INT.

Een voorbeeld van een INT (links) en DIN (rechts) aansluiting op de eerste trap  

Tweede trap

Bij de tweede trap zijn minder factoren van belang dan bij de eerste trap. Ook hier is een onderscheid te maken tussen gebalanceerd en ongebalanceerd. Er is ook vaak een afstelknop voor de ademweerstand. En dan zijn er voor de octopus nog een paar aandachtspunten. Tenslotte dient ook rekening gehouden te worden met het eventuele gebruik voor Nitrox.

Gebalanceerd versus ongebalanceerd

Net als met eerste trappen zijn ook tweede trappen te onderscheiden in gebalanceerde en niet-gebalanceerde varianten. Ook de voor- en nadelen zijn overwegend hetzelfde als bij de eerste trap. Wanneer de diepte toeneemt en/of de cilinder druk afneemt zal de niet-gebalanceerde tweede trap mindere prestatie leveren en daardoor zal het ademen wat meer moeite kosten. De gebalanceerde tweede trap biedt echter een constante prestatie ongeacht de cilinder druk en/of diepte. 

In tegenstelling tot de eerste trap is dit echter bij de tweede trap niet zo belangrijk. De luchtstroom is vaak zo ontworpen dat er een vacuüm ontstaat achter het diafragma waardoor de klep binnen de tweede trap open gaat zonder dat de duiker hiervoor hoeft in te ademen. Dit maakt het voor de duiker een stuk gemakkelijker om te ademen maar kan er voor zorgen dat wanneer de duiker aan de oppervlakte is de tweede trap nogal snel gaat afblazen. Met behulp van de knop aan de zijkant is het mogelijk om deze luchtstroom te beperken om zo het afblazen aan de oppervlakte te voorkomen. Wanneer de duiker onderwater gaat kan de knop naar het plusteken gezet worden voor optimale prestaties van de tweede trap.

Ademweerstand afstelknop

Meestal zit er een afstelknop op een gebalanceerde tweede trap om de ademweerstand aan te passen. Deze zorgt ervoor dat de moeite van het ademen ingesteld kan worden. Een voorbeeld van een ademautomaat met zo’n afstelknop is de Scubapro MK25/S600 Deep Blue.

De Scubapro MK25/S600 Deep Blue 

Octopus

De octopus (alternatieve luchtbron) is eigenlijk een tweede trap en daarom zijn alle punten welke besproken zijn onder het kopje ‘tweede trap’ ook hier van toepassing. Er zijn echter nog een paar punten die hierbij meespelen. Een standaard octopus is voorzien van een gele cover en slang, hierdoor is deze beter zichtbaar en gemakkelijk te lokaliseren voor de buddy in een noodgeval. Ook is de slang langer dan bij de tweede trap, het doneren van lucht is daardoor gemakkelijker omdat de duikers wat meer ruimte hebben.

Er zijn ook octopussen verkrijgbaar die geïntegreerd zitten in de inflator. De voordelen hiervan zijn onder andere dat er een lagedruk poort minder gebruikt wordt en hij altijd beschikbaar is en gemakkelijk te vinden. Een nadeel is doordat de duiker zijn primaire tweede trap doneert (en daarmee de geïntegreerde octopus als luchtbron gebruikt) de slang korter is en de duikers minder ruimte hebben tijdens een opstijging.

Let er ook op dat de octopus met de rest van het systeem te combineren is. Zo kan bijvoorbeeld de Aqua Lung Calypso niet gecombineerd worden met een overgebalanceerd systeem.

De Aqua Lung Calypso/Titan octopus  

Nitrox

De meerderheid van de ademautomaten is geschikt voor het gebruik van nitrox tot 40% zuurstof. Dit wil echter nog wel eens verschillen tussen fabrikanten en het is dan ook altijd aan te raden om eerst de handleiding te bekijken voor het gebruiken van nitrox. Sommige fabrikanten bieden naast de normale modellen ook speciale nitrox modellen welke direct uit de doos gereed zijn voor gebruik van nitrox tot 100% zuurstof. Bij een erkende technicus is het wellicht mogelijk om de eigen automaat zo aan te passen dat deze ook geschikt is voor nitrox tot 100% zuurstof.

Sommige materialen zoals titanium en carbon kunnen slechts een bepaald percentage nitrox aan of kunnen helemaal niet gebruikt worden met het duiken met nitrox.

Risico op bevriezing

Bij duiken in water van 10 graden of kouder ontstaat het risico op bevriezing van de ademautomaat. Dit kan levensbedreigend zijn omdat de automaat bij bevriezing gaat afblazen (freeflowen).
Om de kans op bevriezing te verminderen, is het bij sommige merken mogelijk de automaat aan te passen en geschikt te maken voor gebruik in koud water.
Er wordt dan een 'koudwaterkit' gemonteerd.
Tip: als de luchttemperatuur lager is dan de watertemperatuur, gebruik de ademautomaat dan pas onder water. Door de ademautomaat voor de duik boven water niet te gebruiken en er niet door te ademen is er geen luchtstroom en zal de kans op bevriezing minder zijn. Vooral in de winter, als het water warmer is dan de lucht, is dit belangrijk. Een voorbeeld van een tweede trap die voor koud water gemaakt is is de Seac DX 200 Ice.

De Seac DX 200 Ice 

Gewicht

Indien u veel duikreizen gaat maken is ook het gewicht van de automatenset nog een punt om op te letten. De Aqua Lung Mikron  bijvoorbeeld is speciaal met dit oogpunt ontworpen en is extreem compact en licht, met een gewicht van slechts 740 gram.

De Aqua Lung Mikron  

Samenvatting

Bij een automatenset is het belangrijk te kijken naar de eerste trap, tweede trap, octopus, en wisselwerking hiertussen. Bij de eerste trap dient gekeken te worden naar het al dan niet gebalanceerd zijn, piston of membraan, het aantal lagedruk en hogedruk poorten en de aansluiting (DIN of INT). Bij de tweede trap is ook het al dan niet gebalanceerd zijn een eigenschap en ook de afstelknop van de ademweerstand is een aandachtspunt. Daarnaast dient een octopus bij voorkeur ook een duidelijke kleur te hebben en een lange slang te hebben. Nitrox tot 40% kan bij de meeste automaten gebruikt worden maar het is altijd aan te raden dit voor een aankoop eerst te laten bevestigen. Let tenslotte ook op de watertemperatuur waarin je verwacht de set te gebruiken en eventueel het gewicht als u veel duikreizen gaat maken.

Lees meer
×

Samenstelling

Door het gebruiken van onze website, ga je akkoord met het gebruik van cookies om onze website te verbeteren. Dit bericht verbergen Meer over cookies »